Skip to content

Tijd en ruimte voor goed onderwijs

Een laag dieper

Verdieping

Over de kaart en de assen

Bij het Schoolwaardenkompas hoort een landkaart van waarden (de Schoolwaardenkaart, zie afbeelding 1) waarop je zich kunt oriënteren als het gaat om jouw criteria voor goed onderwijs.

Twee assen

De kaart heeft twee assen:

-de horizontale as (Boven Naast) is de relatie-as.
-de verticale as (Persoonlijk Collectief) is de doel-as.

Het logo en de positie

In de kaart (afbeelding 1) ziet u een logo nèt in het rechter bovenkwadrant. Dit visualiseert de uitslag van iemand die het Schoolwaardenkompas heeft ingevuld.

Bij het bespreken van de assen hebben we het niet over losse opvattingen over goed onderwijs, maar over meerdere met elkaar samenhangende waarden. In de praktijk neemt men zowel op de horizontale, als op de verticale as, meestal een positie ergens tussen de uitersten in.

afbeelding 1

De horizontale as: de relatie

De relatie-as (zie afbeelding 2) geeft inzicht in de opvattingen die jij (of een school) heeft over wat een leraar met of voor het kind zou moeten doen om deze een stap verder te brengen in zijn ontwikkeling. Ook geeft het inzicht in jouw opvatting over wat een kind zelf kan, en onder welke omstandigheden.

Kortom: het gaat op deze as om de verdeling van verantwoordelijkheid tussen leerling en leraar, waarbij we een tegenstelling zien tussen enerzijds een hiërarchische (en dus verticale), relatie tussen leerling en leraar, en anderzijds een horizontale, evenwaardige relatie (de leerling en leraar ‘naast elkaar’).

Dit zijn uitersten. De meeste mensen zoeken hun balans ergens daar tussenin, en dat is bij iedereen persoonlijk en anders. Jouw persoonlijke keuze is zichtbaar door de positie die je kiest, meer naar links (de leraar boven de leerling) of rechts (de leraar naast de leerling).

Uitslag: ‘boven’ De uiterste linkerkant van de horizontale as staat dan voor een hiërarchische relatie tussen de school/ de leraar en de leerling. Wie voor deze benadering kiest, vindt dat de leraar beter weet dan de leerling wat goed voor hem of haar is. De leerling wordt (nog) niet in staat geacht het eigen leren te organiseren en te sturen. 

Uitgangspunt is dat de wil van een leerling om te leren, en het vermogen om eigen keuzes te maken, nog niet is ontwikkeld. De professionele volwassene moet dus de verantwoordelijkheid voor het leerproces van het kind nemen . De rol van de leraar is daarbij overwegend sturend en informerend. Dit betekent dat voor de leerling vastligt hoe hij moet leren, wanneer, met wie, et cetera.

Uitslag: ‘naast’ De rechterkant van de horizontale as staat dan voor de volledig gelijkwaardige relatie tussen de leraar en de leerling. Dit is gebaseerd op het uitgangspunt dat het kind/de lerende intrinsiek gemotiveerd is om te leren, en verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces kan en wil (leren) nemen. 

(Externe) beloningen in de vorm van bijvoorbeeld rapporten zouden dus overbodig en zelfs contraproductief zijn. Deze relatie gaat uit van wederzijds vertrouwen: leraar en leerling (en ouders) zijn partners in leren, en er is geen sprake van hiërarchie. De rol van de leraar is daarom overwegend ondersteunend en coachend. Leraar en leerling (en ouders) bepalen in overleg hoe, wanneer en met wie geleerd wordt.

afbeelding 2

De verticale as: het doel

Rondom het thema ‘doel van het onderwijs’ bestaat een aantal opvattingen over wat onderwijs is, over kinderen en leren, en over de relatie tussen de maatschappij en het kind. 

Ook hier (zie afbeelding 3) zien we weer twee uitersten terugkomen: aan de onderkant van de as vinden we de ‘Collectief’-opvatting, waarbij het voornaamste doel van onderwijs is om een leerling zo snel mogelijk voor te bereiden op arbeidsmarkt of vervolgstudie door middel van toetsing en selectie. 

Helemaal bovenaan de doel-as staat de ‘Persoonlijk’-opvatting, waarbij volledige ontplooiing van het kind absolute prioriteit heeft. Hieronder geven we een beschrijving van deze twee uiterste opvattingen.

afbeelding 3
Back To Top